ITC Level 1 Thermografie

Na een theoretische inleiding over infrarood, leert u tijdens een ITC Level I cursus hoe men kwaliteitsvolle data kan verkrijgen door gebruik te maken van een thermische camera. U leert hoe u op de juiste manier temperaturen kan meten, rekening houdend met factoren als emissiviteit, reflectie en afstand. Men zal u tonen hoe u een infraroodbeeld op de juiste wijze moet interpreteren door theoretische kennis, maar ook aan de hand van een reeks praktische proeven. Bovendien zult u leren een aantal kostbare vergissingen te vermijden door bv. het verschil te weten tussen een echte "hot spot" en reflectie. Verder wordt een gedeelte van de opleiding gewijd aan het gebruik van software om u in staat te stellen een degelijk infrarood inspectierapport op te stellen. De 5-daagse ITC Level I training wordt in het Nederlands gegeven door een Level III gecertificeerde instructeur.

Algemene doelstellingen:
• Het zich eigen maken van de basispricipes van van infraroodthermografie;
• Het benaderen van fenomenen van thermische overdracht, zodat men een correcter zicht krijgt op de
meetsituates;
• Het kunnen analyseren van meetresultaten;
• Het kunnen maken en redigeren van een inspectierapport.

Garantieovereenkomst:
De cursus, het examen, de verbetering van de examens e.d. zijn onderworpen aan strikte procedures, aangezien
deze opleiding ISO9001-gecertifieerd is.

Certificaat:
Op het examen van het theoretische gedeelte dient men minstens 75% te behalen om een certificaat te behalen.
Het examen bevat case studies uit de werkomgeving gegrepen. Geslaagden krijgen, naast een certificaat, ook een
persoonlijke kaart die 5 jaar geldig is.



Gedetailleerde omschrijving doelstellingen:

Theoretische gedeelte


1. Infraroodthermografie, introductie:
De definitie van infraroodthermografie;
Kennis van de onderdelen van infraroodthermografie;
Belang van temperatuur als controleparameter;
Waarom is thermografie uniek en doeltreffend;
Kennis van enkele toepassingen van thermografie.

2. Infraroodcamera, introductie:
Hoe wordt een infraroodcamera gebruikt. De basisfuncties.

3. Basis warmteleer:
Verschil tussen temperatuur en warmte;
Verchil tussen relatieve en absolute temperatuurschalen;
Omrekenen van verschillende temperatuureenheden;
Het concept van behoud van energie;
Bepalen richting warmtetransport.

4. Warmteoverdracht:
Kennis van warmteoverdracht;
-- Geleiding: welke vier factoren beïnvloeden geleiding en hoe doen ze dat;
-- Convectie: natuurlijke en geforceerde convectie;
Straling ;
-- Emissie;
-- Absorptie;
Verschil tussen een stabiele situatie en een veranderende situatie in warmteoverdracht;
Invloed van warmtecapaciteit op warmtestroom;
Begrijpen welk effect verdamping en condensatie heeft op de oppervlaktetemperatuur van een object.

5. Het electromagnetische spectrum:
Hoe worden de verschillende stralingen onderverdeeld;
-- De verschillende golflengtes;
-- Verschillen en overeenkomsten van zichtbaar licht en infraroodlicht;
De begrippen korte en lange golflente;
-- Wat zijn de twee golflengtebanden;

6. Uitwisseling van stralingsenergie;
Invallende en uittredende straling;
-- Hoe is deze straling samengesteld;
-- Wat is hun onderlinge relatie;
-- Hoe beïnvloeden de eigenschappen van het voorwerp de invallende en uittredende straling;
Wat is een zwart lichaam;
-- Wat zijn de eigenschappen van een zwart lichaam.
Interpretatie van thermografische beelden:
Wat zien we op een infraroodbeeld en hoe moeten we dit interpreteren;
Wat betekent de term “schijnbare temperatuur”;
Hoe beïnvloedt hoge of lage emissiviteit het infraroodbeeld.

8. Analysetechnieken voor infraroodopnamen:
Begrijpen wat een thermische gradiënt is;
In staat zijn “thermal tuning” te gebruiken om het infraroodpatroon te verduidelijken;
In staat zijn de isotherm te gebruiken om het infraroodpatroon te verduidelijken;
Het gebruik van de verschillende kleurpaletten ter verduidelijking van het infraroodpatroon.

9. Kwalitatief en kwantitatief – twee verschillende manieren van analyse:
De verschillen tussen kwalitatieve (vergelijkende) en kwantitatieve (metende) methode en de bijbehorende
definities;
Wanneer pas je de kwalitiatieve en wanneer de kwantitatieve methode toe;
Toepassen van criteria voor classificatie van een kwantitatief resultaat;
Doe en waarde van historische meetwaarden.

10. Infraroodmeettechnieken:
Calibratie van de camera;
Compensatie voor invloeden van de omgeving;
Compensatie voor emissiviteit- en temperatuurconversie;
Kiezen van de “camera tools”;
Factoren die de emissiviteit beïnvloeden;
De grootte van de meetfout;
Delta T en het vermijden van “wishful thinking”;
Inschatten van de emissiviteit en gereflecteerde schijnbare temperatuur;
Oplossend vermogen en grootte van het te meten voorwerp.

Praktische gedeelte
Tijdens de vijfdaagse cursus, wisselt de opleiding theorie af met de nodige praktijkoefeningen. Deze oefeningen zijn enerzijds een omzetting van de theorie in de praktijk, maar anderzijds ook voorbeelden van situaties uit de 
werkomgeving gegrepen. Indien de opleiding in-house bij de client wordt gegeven, zal de werkomgeving - waar de client zelf verantwoordelijkheid voor draagt - dienen als praktijkervaring. Twee volledige dagen dienen hiervoor te worden uitgetrokken. Noot: deelnemers in het bezit van een camera worden verzocht hun camera mee te brengen.