Detectieprincipes Telco Fotocellen
Optische sensoren, zoals de fotocellen van Telco Sensors, werken volgens een bepaald detectie principe. Ieder principe heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en voordelen. Hier vindt u de uitleg over verschillende principes:

Thru Beam
Deze sensoren hebben een aparte zender en ontvanger die tegenover elkaar gemonteerd worden, zodanig dat het verzonden licht van de zender opgevangen kan worden door de ontvanger. Een object wordt gedetecteerd wanneer de lichtstraal tussen de zender en ontvanger onderbroken wordt. In deze detectiemode wordt de infrarode lichtstraal het meest effectief gebruikt en zorgt ook voor het hoogste niveau van marge (excess gain) zodat ook in vuile omgevingen een betrouwbare detectie mogelijk is.

Diffuse Proximity
In deze mode worden de zender en ontvanger naast elkaar geplaatst, al of niet in dezelfde behuizing, zodat het verzonden licht terugkaatst op het object wat moet worden gedetecteerd. De detectieafstand hangt hier wel af van de reflectiviteit van het object.

Background Suppression
Deze mode vereist dat de zender en ontvanger in één en dezelfde behuizing zitten. De zender straalt licht uit zodat dit reflecteert op het te detecteren object. Het object wordt dan gedetecteerd wanneer de lichtstraal terugkaatst op het object, en dit binnen een gedefinieerde zone, naar de ontvanger. Het object wordt onafhankelijk van zijn reflectiviteit gedetecteerd, zodat de achtergrond niet wordt waargenomen.

Retro Reflective
In retro reflectieve sensoren zitten de zender en ontvanger steeds in dezelfde behuizing en wordt het licht uitgezonden door de zender, teruggekaatst op een reflector, zodat de ontvanger de lichtstraal kan zien. De reflector moet dan recht tegenover de detector worden geplaatst. Het object wordt gedetecteerd wanneer de lichtstraal tussen de sensor en reflector komt en zodoende de lichtstraal onderbreekt.

Polarized Retro Reflective
Anders dan met normale reflectieve sensoren wordt bij deze modus gebruik gemaakt van speciale polarisatiefilters, zodat de ontvanger enkel licht ziet dat gereflecteerd is door de reflector en niet door een ander reflectief object. Zodoende kan men ook doorschijnende en reflecterende objecten feilloos detecteren.

Fiber Sensors
Fiber fotocellen hebben een zender en een ontvanger in dezelfde of aparte behuizing, welke zijn verbonden aan een fiber kabel (glasvezel) welke het licht verplaatsen van de zender naar de ontvanger. Aparte fiberkabels worden samen gebruikt om te werken volgens het zender / ontvanger principe. In dubbele kabels wordt het licht van de zender tevens terug naar de ontvanger geleidt, hiermee wordt gewerkt volgens het taster principe.

Light Curtains
Lichtgordijnen hebben ook een afzonderlijke zender en ontvanger nodig die recht tegenover elkaar moeten worden geplaatst. Zowel de zender en ontvanger moeten evenveel kanalen bezitten. Zodra 1 of meerdere stralen wordt onderbroken dan wordt het object gedetecteerd en een signaal vrijgegeven.

Optical Fork Sensors
Deze sensoren bezitten een aparte zender en ontvanger maarzijn op een vaste plaats gemonteerd tegenover elkaar in een speciale U-vormige behuizing. Hier zendt de zender een lichtstraal uit naar zijn tegenoverliggende ontvanger en zodra deze straal wordt onderbroken wordt het object gedetecteerd.